De bepaling van de constante van Planck

De Amerikaanse fysicus Rober Millikan bepaalde in 1916 voor het eerst experimenteel de constante van Planck . Hij steunde hierbij op het foto-elektrisch effect.
Hij stuurde licht van verschillende golflengtes op een fotokathode van kalium of natrium. Elektronen werden vanaf een bepaalde golflengte los geslagen uit het metaal. Voor elke golflengte bepaalde hij de tegenspanning om de elektronen af te remmen tot snelheid nul. Dit is de stopspanning. Er stroomde dan geen stroom meer door de stroomkring. De kinetische energie van het elektron is dan precies gelijk aan de energie ervan in het elektrisch veld : eE = ½ mv²
De energie hf van het ingestraalde foton is gelijk aan de energie om het elektron uit de metaalplaat los te slaan (w) en om het vervolgens een snelheid v te geven:

hf = w + ½ mv² of hf = w + eE.
w is constant en hangt enkel af van het metaal. eE hangt af van de energie –en dus ook van de frequentie- van het ingestraalde foton. Voor verschillende golflengten of frequenties bekomen we dus telkens een andere waarde van de stopspanning. Uit de helling van de grafiek V in functie van f bepalen we h.