Röntgen en de x-stalen

Wilhelm_Röntgen_by_Nicola_Perscheid_1915bWilhelm Conrad Röntgen was een Duits natuurkundige. In 1901 ontving hij de eerste Nobelprijs voor de Natuurkunde voor de ontdekking van de Röntgenstraling.

In 1894 begon Röntgen met onderzoek naar kathodestralen in een zogenaamde ontladingsbuis. Om al het licht buiten te sluiten, omwikkelde hij de ontladingsbuis met zwart karton. Ondanks de kartonnen afscherming van de buis zag Röntgen in een volledig verduisterd laboratorium een scherm met bariumhexacyanoplatinaat, dat in de buurt stond, oplichten (fluorescentie).

Hij vermoedde dat de straling die dit veroorzaakte, werd afgegeven als de kathodestralen tegen het glazen uiteinde van de buis botsten. De stralen hadden een veel groter bereik in de lucht dan de kathodestralen. Ze konden ongehinderd door zachte materialen zoals papier en textiel heengaan. In november en december 1895 onderzocht Röntgen systematisch de eigenschappen van deze nieuwe onbekende straling, die hij X-straling noemde. In veel talen, waaronder het Engels, heet de straling nog steeds zo, maar in andere talen spreekt men ook van Röntgenstraling. Later werd aangetoond dat ze, zoals licht, bestaan uit elektromagnetische golven, maar dan met een veel kortere golflengte tussen ongeveer 1 pm (picometer, 10-12 m) en 10 nm (nanometer, 10-9  m).  Dit correspondeert met een energie van ongeveer 124 eV (elektronvolt) tot 1240 keV.

Röntgen wordt beschouwd als de vader van diagnostische radiologie, het medisch specialisme dat beeldvorming gebruikt bij diagnose. Röntgen sterft op 77-jarige leeftijd aan darmkanker.

Hand van mevrouw Rôntgen met ring. Toen ze haar eigen handbotjes zag, riep ze “Ik heb mijn overlijden gezien!”