Marie Curie en de vrouwenrechten

Op 19 april 1906 sterft Pierre Curie in een verkeersongeval. Paul Langevin, mathematicus en goede vriend, schrijft een memoriam voor Pierre Curie; straten worden naar hem vernoemd; een medaille wordt uitgegeven. Op alle mogelijke manieren eert men de te vroeg gestorven wetenschapper, maar de prestaties van Marie Curie worden doodgezwegen.

Op de leeftijd van negenendertig jaar is Marie weduwe met twee jonge kinderen (haar tweede dochter Eve is geboren op 6 december 1904). Opnieuw moet Marie vechten voor erkenning en tegen het seksisme in academische kringen. Al gauw moeten wetenschappelijke instituten en professoren toegeven dat alleen Marie Curie capabel is om het werk van Pierre Curie voort te zetten. Ze krijgt een aanstelling aan de Sorbonne. Hiermee was zij de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de Sorbonne.

Haar relatie met Paul Langevin, getrouwd en vader van drie kinderen, wordt in de pers breed uitgesmeerd wanneer ze beiden  deelnemen aan het eerste Conseil Solvay in 1911. Dankzij de steun van haar trouwe vrienden zal ze toch in Frankrijk blijven.

De Zweedse academie zal haar een tweede Nobelprijs aanbieden voor chemie voor het ontdekken van radium en polonium (genoemd naar haar geboorteland Polen), maar vraagt tegelijkertijd dat ze hem niet zelf komt afhalen vanwege het schandaal. Marie gaat toch naar Zweden, vergezeld van haar zus Bronia en haar dochter Irène. In 1913 wordt, met haar steun, de Wetenschapsvereniging opgericht in Warschau. In Frankrijk wordt het Radiuminstituut opgericht in 1914, net vóór het begin van de oorlog. Met de hulp van Marie worden wagens uitgerust met radiologische apparatuur, Petites Curies genoemd, om gewonden aan het front beter te helpen.

Op 4 mei 1921 begint Marie met haar dochters Irène en Eve een succesvolle rondreis door de Verenigde Staten om fondsen te werven voor haar laboratorium. Marie Curie sterft op 5 juli 1934 aan leukemie, vrijwel zeker ontstaan ten gevolge van de hoge dosissen radium waaraan ze is blootgesteld gedurende haar leven. Niet zoveel later ontdekt haar dochter Irène Curie de kunstmatige radioactiviteit. Pierre en Marie Curie worden bijgezet in het Panthéon op 20 april 1995. Uit angst voor de straling is de kist van Marie bekleed met lood.