De Weense afscheiding

De Weense Afscheiding wordt gerekend tot de Jugendstil. In april 1897 scheidden negentien kunstenaars en architecten zich namelijk af van de gevestigde Weense kunstenaarsvereniging, het Künstlerhaus. Initiatiefnemers tot de stichting van een nieuwe kunstenaarsvereniging in café Griensteidl zijn Josef Hoffmann, Gustave Klimt en Joseph M. Olbrich.

De leden van de Weense Afscheiding  willen het conservatisme in de kunst, de kunstnijverheid en de architectuur bestrijden. Het behoudende culturele klimaat uit zich ondermeer in allerlei artistieke conventies, een dwingend academisme en op het verleden gerichte stijlen. Aangezien de vernieuwingsgezinde kunstenaars menen dat iedere tijd zijn eigen kunst moet hebben zijn ze fel gekant tegen kunststijlen die op het verleden gebaseerd waren, zoals bijvoorbeeld het (neo-)classicisme. Hun motto ’’De tijd zijn kunst, de kunst haar vrijheid’’ geeft daaraan uiting. Het staat in gouden letters geschreven boven de ingang van hun verenigingsgebouw (het Secessionsgebouw van Josef Olbrich).

Het Secessionsgebouw (Joseph Olbrch, 1898) is het architecturale statement van de Weense afscheiding.

De Weense Afscheiding  heeft een zeer stimulerende werking gehad op de autonome kunst, toegepaste kunsten en architectuur. Uiteindelijk willen ze heel het leven met kunst doordrenken.  De opvatting dat de mens beter zou worden van kunst en een verfraaide omgeving is ontleend aan William Morris , de geestelijke vader van de Arts and Crafts (kunst en ambacht)  beweging  ontleend. Dergelijke doelstellingen en opvattingen zijn tevens typerend voor de Jugendstil.