Rudolf Diesel en de eerste dieselmotor

Rudolf Diesel

Rudolf Diesel

Rond 1882 was Rudolf Diesel van plan om een motor met een veel hoger rendement dan de stoommachine te ontwikkelen. Het was Diesels idee om lucht tot een dusdanig hoge druk te comprimeren dat in die gecomprimeerde en daardoor zeer hete lucht ingespoten brandstof tot ontbranding zou komen, zonder ontstekingsmechanisme.

Op 28 februari 1892 werd Diesel patent nummer 67207 verleend op het idee in een verbrandingsmotor het brandstofmengsel door hoge compressie te ontsteken.

 

Gedenkplaat in Bletchley (UK) voor de uitvinding van Herbert Akroyd Stuart.

Gedenkplaat in Bletchley (UK) voor de uitvinding van Herbert Akroyd Stuart.

Een belangrijke mijlpaal werd gehaald in 1894 toen het eerste prototype van Diesels motor voor het eerst gedurende ongeveer één minuut liep. Dit prototype was ruim 3 meter hoog en haalde een compressie van 80 keer de atmosfeerdruk. Een verbeterd prototype werd gebouwd in 1897 in de Maschinenfabrik Augsburg Nürnberg.

Door het succes van zijn uitvinding raakte Diesel betrokken in verschillende patentdisputen, mede door overeenkomsten met een door Herbert Akroyd Stuart in 1890 uitgevonden machine.  Deze motor werkte zeer vergelijkbaar met de motor van Diesel maar op een lagere druk van ca.  15 keer de atmosfeerdruk.

Na lange juridische strijd haalde Diesel zijn gelijk en werd zijn uitvinding bekend als de dieselmotor, ondanks Brits protest. Een Amerikaanse brouwer was de eerste commerciële gebruiker van de dieselmotor.

De Gentse firma Carels verwierf in 1894 als eerste ter wereld een licentie voor de bouw van dieselmotoren