Het Westerse superioriteitsgevoel

Deze cartoon op basis van een gedicht door Rudyard Kipling stelt de overheersing van de blanken, uitgebeeld door de Engelse John Bull en de Amerikaanse Uncle Sam, voor als een last en een plicht die andere beschavingen uit de barbarij zal halen.

Aan het einde van de 19e eeuw ontstaan theorieën die de superioriteit van het blanke ras en van de eigen natie benadrukken. De kern van deze theorieën lag in het sociaal darwinisme. In dit gedachtengoed wordt Darwins evolutieleer (‘Survival of the fittest’) doorgetrokken naar de mens.

Men ging op zoek naar superieure en inferieure rassen en volkeren, naties in opkomst en naties in verval. De meeste Europeanen kwamen tot de conclusie dat hun eigen volk en het blanke ras superieur waren. Dit bracht hen weer op het idee van the white man’s burden (de last van de blanke), een term die in 1899 door de Engelse schrijver Rudyard Kipling geïntroduceerd werd.

Europeanen dachten dat zij een beschavingsopdracht hadden gekregen, een missie om de wereld beschaving bij te brengen.  Het was hun taak om de ‘arme onontwikkelde’ volkeren te ‘redden’ van hun ‘bijgeloof’, hun ‘armoede’ en ‘wrede gebruiken’. Daarom ook ging kolonisatie sterk gepaard met een bekering tot het christendom. Wat de gekoloniseerde en gekerstende niet-Europeanen daarvan dachten, werd hen natuurlijk niet gevraagd.