Determinisme, vrije wil en kwantummechanica

Stel je voor dat er een wezen, een god, of misschien zelfs een demon zou zijn die alles weet. Die op de hoogte is van alle natuurwetten, en de precieze locatie en beweging weet van ieder deeltje in het universum. Zou dit wezen dan kunnen voorspellen wat jij gaat doen, wat je denkt, welke keuze je gaat maken? En als hij dit kan, heb jij dan nog een vrije wil?

Als alles al bepaald is door kleinste deeltjes, door natuurwetten, hebben wij als mensen dan zelf nog iets in te brengen? Sommige filosofen verdedigen het idee dat er geen vrije wil kan zijn, omdat iedere gebeurtenis het gevolg is van een vorige gebeurtenis. Zij zien het universum als een groot mechanisme met onveranderlijke natuurwetten. Als wij weten hoe alles in elkaar zit, zouden we in hun visie precies kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren. Deze visie heet natuurwetmatig determinisme.

Het natuurwetmatig determinisme gaat dus eigenlijk over het idee dat het misschien wel lijkt alsof we keuzemogelijkheden hebben, maar dat deze er eigenlijk niet zijn. Vervolgens is de vraag: als we in werkelijkheid geen keuzemogelijkheden hebben, zijn we dan nog wel verantwoordelijk voor onze daden?

De kwantummechanica stelt dit natuurwetmatig determinisme in vraag: een atoom kan zonder aanleiding ‘besluiten’ uiteen te vallen, of kan zonder aanwijsbare oorzaak licht uitzenden om energie te lozen. Elk kwantumverschijnsel vertoont zulk onvoorspelbaar gedrag. Grote namen als Bohr en Heisenberg dachten dat die onzekerheid ingebouwd was: vóór het keuzemoment wist niet eens het deeltje zelf wat er wanneer ging gebeuren. De kwantummechanica bracht kansen op verschillende uitkomsten in kaart, maar wélke optie werkelijkheid werd, dat bleef onvoorspelbaar.

einsteinVoor einzelgänger Einstein, alhoewel hij de kwantumgedachte aan het rollen bracht, was die ingebouwde willekeur onverteerbaar. “God dobbelt niet”, stelde hij. Een kansberekening mocht dan aardige resultaten geven, maar dat was geen teken dat mensen nog niet wisten hoe de wereld écht werkte. Einsteins eigen relativiteitstheorie was dan ook compleet deterministisch: gegeven de toestand nu ligt tot in het kleinste detail vast wat er in de toekomst zal gebeuren. Dat zou ook in de kwantumwereld moeten kunnen. Misschien zagen fysici bepaalde eigenschappen, verborgen variabelen, over het hoofd. Dat ze het aftellende klokje in een radioactief atoom niet konden zien, wilde toch niet zeggen dat het er ook niet was?